Geachte kunstenaar,

In weerwil van wat menig kunstmanager en beleidsambtenaar ons willen doen laten geloven is er voor de individuele beeldend kunstenaar geen sprake van een kunstmarkt. Immers, voor een markt heb je meerdere aanbieders én meerdere vragers nodig voor de handel in één product dat in een bepaalde veelvoud geleverd kan worden. Dan is er sprake van een markt en dan kan de markt zijn werk doen om een prijs vast te stellen. Die situatie is er in de beeldende kunst niet en de prijs zal dus anders vastgesteld moeten worden. Galeries, beurzen en andersoortige kunstmarkten bieden een uitweg om tastenderwijze een verkoopprijs te vinden. Dat is niet gratis en voor niks. De kunstenaar moet daar provisie voor afdragen. Na aftrek van de provisie en overige verkoopkosten kan de kunstenaar vaststellen of de gerealiseerde prijs voldoende is om de kostprijs, inclusief de eigen loonkosten, te halen.
Er is op dit vlak maar mondjesmaat harde informatie beschikbaar. Er is een aantal pogingen ondernomen om een branchemonitor op te stellen. In die branchemonitor werd de kunst en handel uitgedrukt in geldstromen. Maar echt actueel onderzoek naar de verkoop bij beeldend kunstenaars is er niet. Het wordt dus tijd om informatie te vergaren.
De StadsGalerij in Amersfoort heeft een enquête opgesteld met vragen over de verkoop van kunstwerken. De enquête is anoniem. De antwoorden op de algemene vragen worden losgekoppeld van de overige antwoorden, zodat de uitkomsten niet herleidbaar zijn naar individuele deelnemers. Hoe meer kunstenaars de enquête invullen des te betrouwbaarder zijn de uitkomsten.

Deel een van de enquête behandelde de verkoopprijs. (mocht u dat deel nog willen invullen, klikt u dan hier). Het tweede deel van de enquête gaat over de kostprijs van kunst. Wat maakt een kunstenaar voor kosten voor zijn werk? Die uitkomsten worden gelegd naast de uitkomsten van het eerste deel: wat heeft de verkoop van kunst opgeleverd.

Vriendelijke groet,
Ron Jagers

En dan nu de enquête: